Na een conflict van ruim 7 maanden is er eindelijk een voorakkoord tot stand gekomen in de Nederlandse metaal . Het gaat over de sector die in NLD ook Metalektro of grootmetaal wordt genoemd en ruim 150 000 werknemers telt ( daarnaast kent met kleinmetaal of Metaal en techniek die al een tijdje onder cao-dak ware) .. De onderhandelingen waren opgestart in maart 2018 , de sociale vrede liep af op 1 juni van vorig jaar en sindsdien voerden de vakbonden bijna wekelijks stakingen van 24 of 48 uren in een aantal geselecteerde grote bedrijven. Een uitzonderlijke lang conflict waar alvast heel wat lessen zullen worden uit getrokken . En met soms verrassende wendingen zoals de uitspraak van de rechtbank om een staking bij een specifiek bedrijf niet toe te laten op basis van een soort proportionaliteitstoets .
Het ontwerp van overeenkomst loopt over een duurtijd van 30 maanden van 1 juni 2018 to 1 december 2020 . Meeste aandacht gaat naar de lonen . Drie loonsverhogingen zijn gepland : op 1 februari 2019 komt er 3,5 % bij , op 1 augustus 2019 een forfaitair bedrag van 58 € per maand en op 1 januari 2020 nog eens 116 € per maand . Daarnaast worden 3000 flexcontracten zoals uitzendcontracten omgezet in vaste banen en is er een soort generatiepact voor ouderen ( in ploegenstelsels kan men dan vanaf 60 jaar 80 % werken voor 90 % loon en 100 % pensioenbijdrage ; voor werknemers die niet in ploegen werken kan dit vanaf 62 jaar ; voor zij die meer dan 70 000€ per jaar verdienen geldt een aparte regeling ) . Ook wordt er geinvesteerd in duurzame inzetbaarheid waarbij ondermeer elke werknemer een ontwikkelingsdag vrij mag nemen .
Het ontwerp moet nu nog door de achterbannen worden goedgekeurd .

Als je naar het loonplaatje kijkt zitten de bonden dicht bij hun objectief . De aanvangseis was 3,5 % voor een cao van 12 maanden plus een rits andere voordelen, waaronder het afschaffen van de degressieve jongerenlonen . Het loonresultaat is gemiddeld op jaarbasis 3,26 % .Via de forfaitaire loonsverhogingen dit en volgend jaar bevoordeligt men de werknemers met lagere lonen en dus door de band ook de jongeren . Voor ondernemingen met lagere lonen wordt het loonpakket dan weer relatief duurder . Vergeleken met het recente akkoord in Duitsland is de loonstijging vergelijkbaar of ligt ze zelfs iets hoger wat eerder uitzonderlijk is . Natuurlijk ging in Duitsland vooral veel aandacht naar individuele mogelijkheden van arbeidsduurvermindering, ongeacht de leeftijd , met bijhorende flexibiliteit . En kijk je naar Belgïe dan dient in de eerste plaats herhaald dat deze loonaanpassingen index inclusief zijn . De tijd van automatische indexering in Nederland ligt ver achter de rug .
Op het eerste zicht is het moeilijk winnaars of verliezers aan te duiden . Van werkgeverszijde werd naar vernieuwing gezocht met een aantal belangrijke tegeneisen zoals het kunnen afwijken van de loonsverhogingen op ondernemingsvlak . En werd ook gepoogd druk te zetten op de bonden via de politieke en interprofessionele kanalen . Het resultaat laat niet toe te stellen dat dit gelukt is . Achteraf bekeken is het meest opvallende de lange lijdensweg met de veelvuldige stakingsdagen . Vraag is of het poldermodel hier niet ernstig door elkaar werd geschud . Of is er enkel sprake van een toevallige scheve schaats . Wel wijzen de eerste karige reacties er op dat een helingsproces van langere duur aangewezen is .

Februari 2019 ( tweede versie)

 

Tweet about this on TwitterShare on LinkedInShare on FacebookShare on Google+